BASISWOORDENSCHAT DUITS PDF

Woordenschat Woordenschat test Duits - Nederlands Nederlands - Duits Oefeningen Vervoeging van werkwoorden Duitse woordenschat Wanneer je een vreemde taal gaat leren is het erg belangrijk om veel woorden en termen in die taal te kennen. Hierdoor kun je jezelf beter verstaanbaar maken en zal je sneller conversaties kunnen volgen. Ook kranten en websites zijn makkelijker te lezen. Dit geldt ook als je je kennis van het Duits wilt verbeteren.

Author:Keramar Faelrajas
Country:Venezuela
Language:English (Spanish)
Genre:Marketing
Published (Last):1 January 2017
Pages:482
PDF File Size:1.23 Mb
ePub File Size:18.37 Mb
ISBN:566-5-56765-417-2
Downloads:50607
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Tekinos



Aantal bezoeken: Transcriptie 1 basiswoordenschat Duits gebaseerd op en ontleend aan: Baldegger, M e. Kontaktschwelle Deutsch als Fremdsprache. Langenscheidt, De afkortingen bij de teksten verwijzen naar de corresponderende hoofdstukken waaruit een selectie gemaakt is. Hoe heet u? Waar woon je? Wo wohnst du? Hij woont sinds 10 jaar in Frankrijk Er lebt seit zehn Jahren in Frankreich.

Duitsland Deutschland Wanneer ben je jarig? Wann hast du Geburtstag? Hoe oud bent u? Wie alt sind Sie? We zijn gisteren getrouwd Wir haben gestern geheiratet Heb je nog broers of zussen? Hast du noch Geschwister? Ze is familie van.. Sie ist verwandt mit Kunt u mij helpen? Kunt u mij een plezier doen? Goedenmorgen Guten Morgen Goedenavond Guten Abend Hallo Hallo Doe de groeten aan..

Bedankt, goed danke, gut Graag gedaan! Pas op! Heeft u zin om? Haben Sie Lust Mag ik je uitnodigen. Darf ich dich einladen? Ja graag! Ja, gerne! Nee dank u Nein danke. Hartelijk dank! Vielen Dank! Ik heb een idee. Ich habe eine Idee.

Ik doe een voorstel Ich mache einen Vorschlag. Dat geeft niks. Das macht nichts. Is het mogelijk dat? Kan ik? Kann ich? Kan dat? Geht das? Mag ik aan je voorstellen? Dit is Darf ich vorstellen? Das ist [naam persoon] Gute Besserung! Goede reis! Gute Reise! Veel plezier! Kunt u dat even herhalen? Wat zei u nou net? Wie war das? Kunt u wat langzamer praten? Dat ging me te snel. Das ging mir zu schnell. U praat zo snel. Sie sprechen so schnell.

Dat was me niet helemaal duidelijk. Das war mir nicht ganz klar. Ik heb het niet begrepen. Ich habe es nicht verstanden. Dat klopt! Das stimmt! Moment bitte Mag ik u iets vragen? Darf ich Sie etwas fragen? Hoe schrijf je dat? Wie schreibt man das? Hoe spreek je dat uit? Wie spricht man das aus?

Hoe zeg je dat in het Duits? Wie sagt man das auf Deutsch? Hoe heet dat ding? Heb ik u nu goed begrepen? Habe ich Sie jetzt richtig verstanden? Wat betekent? Hoe bedoelt u dat? Wie meinen Sie das? Ik bedoel Ich meine Dat denk ik ook. Das glaube ich auch! Dat wilde ik uitleggen. Stock Ik heb pech onderweg Ich habe eine Panne Ik ben hier onbekend. Ich bin fremd hier. Ik zoek..

Ich suche 7. Daar is het. Da ist es. Ik ben verdwaald. Ich habe mich verirrt. Dan zijn we weg. Dann sind wir verreist. Guten Appetit! Ik houd niet van soep.

1950S DELCO DISTRIBUTER PDF

Woordenschat test: Duits - Nederlands

.

AUTOSYS REFERENCE CARD PDF

basiswoordenschat Duits

.

HARINA DE LUCUMA PDF

Duitse woordenschat

.

Related Articles